Mobility Nexus 2026 – De versnelling van de mobiliteitstransitie: Innovatie als hefboom cover image

UITDAGING 1: Mensgerichte mobiliteit, haalbaar voor steden - Van participatie naar gebruiksgemak

Essentie: We ontwerpen mobiliteit die vanzelfsprekend werkt voor mensen én ook uitvoerbaar blijft voor lokale besturen. Geen nudging, geen gedragssturing – maar echte participatie en co-creatie, zodat oplossingen vertrekken uit de realiteit van gebruikers en steden. We willen mobiliteit die mensen helpt. Omdat ze vertrekt van wat mensen nodig hebben, waardoor mensen als het ware niet meer hoeven nadenken over de juiste keuze. Bvb. een bus, fiets of deelwagen is er precies waar en wanneer je die nodig hebt.  

De kernvragen:

  • Hoe realiseren we echt user centric design in mobiliteit? 

  • Hoe maken we mobiliteit vanzelfsprekend goed voor de gebruiker?​

  • Hoe kunnen we mobiliteit zo ontwerpen dat ze werkt zoals mensen denken en doen – niet zoals voorbedachte processen, regels of computers dat willen?​

  • Hoe maken we toekomstgerichte mobiliteitsoplossingen ook haalbaar voor lokale overheden?​

  • Hoe helpt participatie om oplossingen te ontwerpen die gedragen en realistisch zijn?​

  • Hoe zetten we eenvoudig data en technologie in als betaalbaar en dus realistisch hulpmiddel?

  • Hoe maken we participatieve trajecten, succesvol? 

Belangrijke accenten:

  • Participatie vóór technologie: samen met inwoners, scholen, handelaars en stadsdiensten. Eenvoudige, schaalbare technologie: geen dure high-tech. Technologie als hulpmiddel, niet als doel. Partnerschappen met universiteiten, bedrijven en burgers om middelen én kennis te bundelen. ​

  • Gedrag & gebruiksgemak centraal bij ontwerp van routes, schoolomgevingen en openbare ruimte. Inzicht in persoonlijke noden. Denken vanuit gedrag, gebruiksgemak en vertrouwen.​

  • Niet duwen of “nudgen”, maar luisteren en ontwerpen op maat van echte mensen.

UITDAGING 2: Van knelpunt naar slimme zenuwknoop – Innovatief personen- en goederenvervoer dankzij adaptieve knooppunten

Essentie: Steden en gemeenten worden steeds meer complexe knooppunten waar personen- én goederenstromen samenkomen. Digitale en autonome technologieën, van autonome busjes en deelwagens tot drones, autonome vrachtwagens en slimme corridors, veranderen hoe die stromen worden georganiseerd. De uitdaging is hoe steden en gemeenten hun knooppunten stapsgewijs kunnen laten meegroeien met die innovaties, op een manier die betaalbaar, veilig en begrijpelijk blijft voor gebruikers, bewoners én lokale overheden. In de haven van Antwerpen varen straks schepen deels autonoom, drones leveren in de stad, vrachtwagens rijden in kolonne, terwijl op datzelfde knooppunt reizigers overstappen op een autonome shuttle of een innovatieve deelfiets. 
De klassieke overslagplaats en het klassieke overstappunt evolueren samen naar een digitale zenuwknoop: een levend netwerk van verbindingen dat personen- en goederenstromen slim op elkaar afstemt.

De kernvragen:

  • Hoe maken autonome en innovatieve vervoersvormen deel uit van de keten van deur tot deur, voor reizigers én voor goederen, en hoe veranderen knooppunten als gevolg daarvan

  • Hoe integreren we autonome voertuigen, drones en innovatieve deelvervoersmiddelen in mobiliteitshubs en logistieke knooppunten (stations, overstappunten, park-and-rides, stadsdistributiecentra, havens)?

  • Hoe verandert de ruimtelijke inrichting van knooppunten wanneer autonome voertuigen en logistieke technologie gradueel worden ingevoerd? (minder vaste parkeerzones, meer dynamische doorstroming, flexibele laad- en loszones)

  • Hoe passen steden en gemeenten hun knooppunten aan zonder grote infrastructuurinvesteringen?

  • Hoe houden we gebruikerservaring, veiligheid en vertrouwen centraal, voor weggebruikers én voor bewoners?

Belangrijke accenten:

  • Modulaire integratie: starten met eenvoudige toepassingen (digitale info, realtime data), later uitbreiden naar autonomie, zowel voor personen- als goederenvervoer.

  • Ruimtelijke adaptiviteit: flexibel ontwerp van knooppunten dat rekening houdt met toekomstige innovatie voor beide stromen.

  • Sociaal en inclusief: vertrouwen, toegankelijkheid en veiligheid staan centraal. Minder stress, minder wachten, meer vanzelf, én transparantie voor bewoners over geluid, drones en vrachtverkeer.

  • Beleidsmatig: veiligheid, regelluwe zones, governance tussen stad, bedrijven, haven en OV-operatoren. Voorkomen van chaos door proactief in te zetten op efficiëntie en duurzaamheid.

  • Operationeel: stapsgewijze digitalisering van overslag, distributie en mobiliteit, geen big bang. De technologie is er, maar mensen houden het overzicht.

  • Toekomstgericht: digitale tweelingen, realtime data, automatisering van overslag. Partnerschappen tussen lokale besturen, bedrijven, universiteiten en OV-operatoren, want steden en gemeenten trekken dit niet alleen.

UITDAGING 3: Wanneer infrastructuur begint mee te denken - De sprong naar een digitaal, data-gedreven mobiliteitsnetwerk

Essentie: We evolueren van fysieke mobiliteitsinfrastructuur (wegen, kruispunten, signalisatie) naar een systeem waar digitale laag + realtime data de fysieke laag ondersteunen. Eerst zien we het ontstaan van fysieke infrastructuur die slim wordt aangestuurd (Smart Highways, Digital Twin havens, AI-verkeersleiding, SkeyDrone-systemen, … ). Vervolgens zien we het ontstaan van virtuele, data-gedreven corridors (autonome vrachtcorridors tussen havens, drone-corridors in de lucht, virtuele snelweg voor zelfrijdende vrachtwagens met digitale “rijstroken”, … ). De rol van fysieke infrastructuur wordt minimaal, de digitale infrastructuur maximaal (data, algoritmen, connectiviteit). Hier denken we niet incrementeel maar transformatief: het hele systeem verandert. Kortom, we hebben het over de transitie van een fysiek naar een virtueel mobiliteitssysteem.

De kernvragen:

  • Hoe kunnen steden en gemeenten zich voorbereiden op deze overgang, waarbij fysieke en digitale infrastructuur één geïntegreerd geheel vormen?​

  • Kunnen we evolueren naar een systeem dat zichzelf organiseert – met slimme data, minder infrastructuur, en toch meer capaciteit? Hoe blijft zo een systeem begrijpbaar voor de mensen en hoe nemen lokale besturen hierin hun plaats? ​

  • Hoe ontwikkel je een toekomstbestendig mobiliteitsnetwerk waarin fysieke infrastructuur wordt aangevuld met digitale functies? Hoe ontwikkel je vervolgens een toekomstig mobiliteitsnetwerk dat autonoom, digitaal gestuurd en geïntegreerd is over personen- én goederenvervoer heen?​

  • Hoe evolueert de rol van corridors – zoals volledig digitale transportassen? Wat betekent de overgang naar digitale corridors voor ruimtegebruik, veiligheid en samenwerking tussen diensten?​

  • Hoe maak je ruimte voor innovatie in regelgeving (zoals luchtruimbeheer voor drones)? Hoe kunnen steden en gemeenten met zulke toekomstgerichte innovaties experimenteren zonder zware investeringsdruk?

  Belangrijke accenten: meer governance  

  • Governance & regelgeving: afspraken tussen steden, politie, AWV, havens, luchtvaart, drone-operators. • Veiligheid & controle: wie monitort, ingrijpt, autoriseert en bewaakt?​

  • Digitale infrastructuur: digitale tweelingen, realtime monitoring, slimme data-corridors. • Interoperabiliteit: systemen moeten samenwerken tussen gemeenten en diensten.​

  • Ruimte & impact: minder fysieke ingrepen door meer digitale sturing.​

  • Filosofisch/futuristisch: “maximaal digitaal, minimaal fysiek”, volledig geïntegreerd: Het verkeersnetwerk als brein: Wat als onze infrastructuur denkt, beslist en regelt? Systeemperspectief: verkeer blijft fysiek, maar de organisatie ervan wordt virtueel en omvattend (geen silo’s).

        Home - Programma - Inspiratiesessies - Sprekers